Waarom het interessantste juweel in Venetië geen diamant nodig had

Kendall Jenner droeg in Venetië oorbellen van Alexander Calder uit 1955. Photo: Instagram (@kendalljenner)


Op de rode loper van het filmfestival van Venetië was de voorbije week bepaald geen tekort aan diamanten. Amal Clooney verscheen met Cartier-juwelen ter waarde van honderdduizenden dollars en Georgina Rodríguez droeg stenen die samen honderden karaat telden. Maar één van de juwelen waar Vogue juist uitgebreid bij stilstond, was een paar oorbellen van… zilver en staaldraad. 

Kendall Jenner droeg ze tijdens haar eerste bezoek aan het festival. Ze dateren uit 1955 en werden gemaakt door Alexander Calder, de Amerikaanse kunstenaar die vooral beroemd werd met zijn bewegende sculpturen. Jenner leende de oorbellen trouwens niet voor één avond: ze kocht ze.

In een week waarin groter, duurder en meer karaat perfect mogelijk waren, was het dus een relatief eenvoudig paar oorbellen dat bleef hangen.

En dat zegt volgens mij iets interessants over hoe we vandaag naar juwelen kijken.

Een juweel is meer dan de som van zijn materialen

Calder werkte voor zijn juwelen vaak met zilver, messing en draad. Soms zelfs met gevonden materialen. Dat was behoorlijk ongewoon in een periode waarin waardevolle juwelen vooral draaiden rond goud, diamanten en andere kostbare stenen.

Toch worden zijn stukken vandaag als verzamelobjecten beschouwd.


 

Niet omdat het zilver plots uitzonderlijk kostbaar is geworden, maar omdat het ontwerp, de maker, de zeldzaamheid en het verhaal samen waarde creëren. Calder maakte veel van zijn juwelen bovendien zelf met de hand. Zijn sieraden waren zo belangrijk binnen zijn werk dat The Metropolitan Museum of Art er in 2008 een volledige tentoonstelling aan wijdde.

Dat vind ik een fijne gedachte, omdat we bij juwelen soms heel snel naar cijfers kijken. Hoeveel karaat? Welke steen? Hoeveel gram goud?

Allemaal relevant.

Maar ze vertellen niet het hele verhaal.

Misschien zoeken we opnieuw iets dat herkenbaar van ons voelt

Het past ook opvallend goed bij wat er momenteel breder in mode gebeurt. Vogue zette voor herfst 2026 accessoires als bedelkettingen, parels en uitgesproken broches naar voren en koppelde die vooral aan persoonlijke stijl en individualiteit.

Dat is bijna het tegenovergestelde van kopen omdat iets “de trend” is.

We kunnen vandaag sneller dan ooit vinden wat iedereen draagt. Een look verschijnt op een rode loper en binnen enkele minuten staan de beelden overal online. Daardoor wordt iets met een duidelijke eigen identiteit misschien net interessanter.

De oorbellen van Calder proberen niet op klassieke luxejuwelen te lijken. Ze zijn een beetje vreemd. Onregelmatig. Je herkent er de hand van een kunstenaar in.

En precies daardoor zou je ze tussen honderd andere oorbellen waarschijnlijk opnieuw aanwijzen.

Wat kun je daarvan meenemen als je vintage koopt?

Je hoeft natuurlijk geen juweel van een wereldberoemde kunstenaar te kopen om op die manier naar vintage te kijken.

Ik merk het zelf heel sterk tijdens het inkopen voor Madamas. Natuurlijk kijk ik naar het goud, de edelstenen en de kwaliteit van een stuk. Maar daarna komt de vraag die zich veel moeilijker in een vakje laat zetten: doet het iets?

Een onverwachte vorm. Een zetting die je vandaag nauwelijks nog ziet. Een combinatie van kleuren waarvan je vooraf misschien nooit had gedacht dat ze samen zouden werken.

Op de website van Madamas omschrijf ik het eigenlijk heel eenvoudig: een stuk moet iets hebben dat me raakt — het ontwerp, het karakter of het verhaal. Dat is ook waarom twee juwelen met ongeveer dezelfde hoeveelheid goud en dezelfde soort steen toch totaal anders kunnen aanvoelen.

   

Als je zelf vintage koopt, kijk daarom eens verder dan alleen de specificaties. Zou je dit juweel herkennen als je het morgen opnieuw zag? Is er een detail waar je blik telkens naartoe gaat? Vind je het mooi omdat het populair is, of omdat jíj het mooi vindt?

Die laatste vraag is meestal de interessantste.

Luxe die je niet in karaat kunt uitdrukken

Het mooie aan Kendall Jenners oorbellen is dus niet dat we diamanten plots minder belangrijk moeten vinden. Ik blijf zelf bijzonder gelukkig worden van een mooie diamant of uitzonderlijke edelsteen.

Maar materiaal is maar één manier waarop een juweel bijzonder kan zijn.

Soms zit de aantrekkingskracht in vakmanschap. Soms in ouderdom. Soms in wie het heeft gemaakt. En soms gewoon in een ontwerp waarvan je denkt: oh wow, wie heeft dit ooit bedacht?

Bij vintage kom je dat laatste gelukkig behoorlijk vaak tegen.

Misschien is dat wel de interessantste vorm van luxe: niet het stuk waarvan iedereen meteen ziet hoeveel het gekost heeft, maar het stuk waar iemand nog eens voor omkijkt omdat het nergens anders op lijkt.

Terug naar blog

Reactie plaatsen